ECLI:NL:RBAMS:2019:3961
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woningen en vergelijkbaarheid vergelijkingsobjecten
Eiser, eigenaar van een benedenwoning en drie bovenwoningen, betwist de vastgestelde WOZ-waarden voor het kalenderjaar 2017, stellende dat deze te hoog zijn en dat de vergelijkingsobjecten niet voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarden vastgesteld op respectievelijk € 200.000,- voor de benedenwoning en € 191.000,- voor de bovenwoningen.
De rechtbank beoordeelt of de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en of er voldoende rekening is gehouden met verschillen in kwaliteit, onderhoud en oppervlakte. De rechtbank stelt vast dat de vergelijkingsobjecten qua bouwjaar, oppervlakte en ligging in dezelfde buurt voldoende vergelijkbaar zijn. De toegekende kwaliteits- en onderhoudsklassen door de heffingsambtenaar (klasse 2 en 3) worden niet betwist met concrete gegevens.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Het door eiser overgelegde taxatierapport brengt geen ander oordeel, omdat de daarin gebruikte vergelijkingsobjecten minder goed vergelijkbaar zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard.