Uitspraak
[opgeëiste persoon]
BESLISSING:
doch niet eerder dan nadat hij elk op zijn naam gesteld reisdocument heeft ingeleverd bij de officier van justitie, onder de navolgende voorwaarden:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2019 een beslissing genomen over de voortzetting van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon op verzoek van Duitse autoriteiten. De opgeëiste persoon is geboren in Duitsland en verblijft zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, waar hij gedetineerd is.
De rechtbank ontving een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Duitse rechter, met een correctie op eerdere data. De officier van justitie verzocht om voortzetting van de detentie wegens vluchtgevaar, terwijl de raadsman opheffing van de detentie bepleitte.
Gezien een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat stelt dat een Duits Openbaar Ministerie geen uitvaardigende rechterlijke autoriteit kan zijn, twijfelt de rechtbank aan de rechtsgeldigheid van het EAB waarop de detentie berust. Daarom wordt de detentie geschorst onder strikte voorwaarden, waaronder meldplicht, verblijf op opgegeven adres en verbod om Nederland te verlaten.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de beslissing aan te houden voor een zitting, omdat niet is gebleken dat het EAB is ingetrokken of dat de opgeëiste persoon op basis van het nieuwe EAB is aangehouden. De schorsing geldt totdat de rechtbank een inhoudelijk oordeel heeft gegeven.
Uitkomst: De rechtbank schorst de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon onder strikte voorwaarden in afwachting van inhoudelijke beoordeling van het EAB.