ECLI:NL:RBAMS:2019:3940
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beslissing opheffing overleveringsdetentie wegens niet-rechterlijk uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon was gedetineerd in Nederland zonder vaste woon- of verblijfplaats. De rechtbank ontving standpunten van de raadsvrouw van de opgeëiste persoon en de officier van justitie.
De raadsvrouw stelde dat de overleveringsdetentie moest worden opgeheven. De officier van justitie gaf aan dat de Duitse autoriteiten bezig waren het EAB te vervangen door een door een rechter ondertekend exemplaar, en verzocht om een zitting indien de rechtbank tot vrijlating zou besluiten.
De rechtbank oordeelde dat het EAB was uitgevaardigd door het Duitse Openbaar Ministerie en niet door een rechterlijke autoriteit. Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 mei 2019 (ECLI:EU:C:2019:456) betekent dit dat het EAB geen rechterlijke beslissing is in de zin van het Kaderbesluit 2002/584/JHA en daarom geen grondslag biedt voor vrijheidsbeneming.
Op grond hiervan zag de rechtbank geen reden om de beslissing aan te houden voor een zitting en besloot zij ambtshalve de overleveringsdetentie op te heffen.
Uitkomst: De rechtbank heft de overleveringsdetentie op omdat het EAB niet door een rechterlijke autoriteit is uitgevaardigd.