Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
NS Stations B.V.
[gedaagde sub 1]
[gedaagde sub 2]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord, met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Vordering en verweer
Beoordeling
Betekenis eerdere procedures.
[gedaagde sub 2]
Wanprestatie?
11. Dat de exploitatie van een telefoonwinkel in strijd is met de contractuele bestemming van het gehuurde is evenmin aannemelijk geworden. In de huurovereenkomst wordt ten aanzien van de bestemming uitdrukkelijk verwezen naar bijlage 2 bij die overeenkomst, en daarin staat als bestemming uitsluitend ‘winkel’. NS Stations heeft verwezen naar het feit dat de oorspronkelijke huurder ( [naam huurder] ) een broodjeszaak had, en voorts naar de akte van indeplaatsstelling, waarin staat vermeld dat NS Stations ‘…verklaart in huur te hebben gegeven (…) de ruimte in het stationsgebouw te Amsterdam Muiderpoort ten behoeve van de verkoop van fastfood.’ Gesteld noch gebleken is echter dat partijen bij het aangaan van de akte van indeplaatsstelling de intentie hebben gehad een wijziging te brengen in de bestaande huurovereenkomst (anders dan een wijziging van de persoon van de huurder), of dat partijen daarover voorafgaande aan het ondertekenen van die akte zelfs maar hebben gesproken. Daarom moet vooralsnog als uitgangspunt worden genomen dat de contractuele bestemming die van ‘winkel’ is. Zonder nadere onderbouwing, welke ontbreekt, valt niet in te zien dat een telefoonwinkel niet aan die bestemming voldoet.
12. Daar komt bij dat, gelet op de hiervóór onder 10. bedoelde (mede) door NS Stations uitgevoerde verbouwing van het gehuurde tot drie afzonderlijke eenheden, niet aannemelijk is dat partijen toen de intentie hadden om na die verbouwing tweemaal een broodjeszaak/fastfoodzaak in het gehuurde te (laten) exploiteren. Het ligt dan meer voor de hand dat partijen voor ogen hadden om, naast de broodjeszaak en de kapperszaak, het derde gedeelte te bestemmen voor een ander soort ‘winkel’.
13. Ten aanzien van het ter beschikking stellen van een gedeelte van het gehuurde (een deel van de telefoonwinkel) aan [naam 1] , waarvan sprake was in het artikel in De Telegraaf, heeft [gedaagde sub 1] verklaard dat dit een balie met kassa betrof (shop-in-the-shop) ten behoeve van verkoopactiviteiten door [naam 1] Deze heeft in 2014 de betreffende werkplek gehuurd maar hij heeft nooit de borg of de huur voldaan, zodat de huurperiode maar van zeer korte duur is geweest. Van ronselpraktijken is hem niets bekend, aldus [gedaagde sub 1] , en deze worden door hem betwist. Naar aanleiding daarvan wordt geoordeeld dat feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat dit anders is in deze procedure niet zijn gesteld of gebleken. Een artikel in De Telegraaf alléén vormt onvoldoende grond voor de conclusie dat in het gehuurde onoorbare activiteiten hebben plaatsgevonden. In elk geval zijn geen feiten gebleken waaruit volgt dat [gedaagde sub 1] in dat verband zelf als huurder tekortgeschoten is. Of het tegen betaling ter beschikking stellen van een gedeelte van de telefoonwinkel een tekortkoming vormt zal afhangen van de precieze inhoud van de afspraken tussen NS Stations en [gedaagde sub 1] , die in dit kort geding niet kan worden vastgesteld. Voor zover in dit opzicht sprake is geweest van een tekortkoming zal deze, mede door het feit dat sindsdien enkele jaren zijn verstreken, niet als ernstig kunnen worden gekwalificeerd.
Opzegging wegens dringend eigen gebruik en belangenafweging