Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] (Polen), eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser kreeg op 5 maart 2018 het besluit dat zijn WIA-uitkering per 5 mei 2018 wordt stopgezet wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Hij diende een bezwaarschrift in dat echter pas op 27 juni 2018 werd gepost en op 4 juli 2018 werd ontvangen, wat na de wettelijke termijn van zes weken viel.
Eiser stelde dat het primaire besluit niet aan hem maar aan zijn buren was bezorgd en dat hij het besluit pas op 22 juni 2018 ontving. De rechtbank vond dit niet aannemelijk en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was volgens artikel 6:11 Awb Pro.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep ongegrond. Een inhoudelijke beoordeling van de stopzetting van de uitkering vond niet plaats. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter F.P. Lauwaars op 19 april 2019. Tegen de uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Bezwaar tegen stopzetting WIA-uitkering niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.