ECLI:NL:RBAMS:2019:318

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 januari 2019
Publicatiedatum
18 januari 2019
Zaaknummer
AMS 18/4960
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.4 WaterwetArt. 6:13 AwbArt. 3:15 AwbArt. 3.30 Wet ruimtelijke ordening
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling projectplan noodoverloopgebied De Ronde Hoep

Het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) stelde op 22 maart 2018 het projectplan "Noodoverloopgebied De Ronde Hoep" vast. Eiseres stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Amsterdam. Tijdens de zitting van 27 november 2018, waarin ook vier andere zaken werden behandeld, werd vastgesteld dat eiseres geen zienswijzen had ingediend over het ontwerp projectplan, hoewel zij wel een zienswijze had ingediend op het bestemmingsplan.

De rechtbank oordeelde dat het projectplan en het bestemmingsplan niet gecoördineerd waren voorbereid en niet samen ter inzage hadden gelegen. De ingediende zienswijze van eiseres betrof uitsluitend het bestemmingsplan en niet het projectplan. Eiseres erkende dit ook tijdens de zitting. Er waren geen feiten of omstandigheden die maakten dat haar het niet indienen van een zienswijze over het projectplan niet kon worden verweten.

Op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor kwam de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 8 januari 2019.

Uitkomst: Het beroep tegen het projectplan is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van zienswijzen over het projectplan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18/4960

uitspraak van de meervoudige kamer van 8 januari 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

hierna: [eiseres] , (gemachtigde: S. Herweijer),
en

het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder, hierna: AGV (gemachtigde: mr. M.J.M. Jacobs).

Procesverloop

Bij besluit van 22 maart 2018 heeft AGV het Projectplan “Noodoverloopgebied De Ronde Hoep” (het bestreden besluit, hierna: het Projectplan) vastgesteld.
[eiseres] heeft tegen het Projectplan beroep ingesteld.
AGV heeft een verweerschrift ingediend.
De behandeling op de zitting heeft, gelijktijdig met vier andere zaken
(nrs. AMS 4962, 4971, 4993 en 5100), plaatsgevonden op 27 november 2018. [eiseres] werd op de zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde. AGV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 1] en [naam 2] , projectleiders, en mr. A.C. Schogt, juridisch adviseur bij Waternet.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet reden om, voordat zij toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, de ontvankelijkheid te beoordelen.
2.1.
Artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van Pro de Awb naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.
2.2.
[eiseres] heeft ter zitting aangevoerd dat zij de procedure verwarrend vond. Zij veronderstelde dat het ontwerp Projectplan samen met het ontwerp bestemmingsplan werd voorbereid. Zij heeft één zienswijze ingediend op 27 november 2017. [1]
2.3.
[eiseres] heeft geen zienswijze naar voren gebracht over het ontwerp Projectplan. Zoals ook ter zitting besproken, zijn het Projectplan en het bestemmingsplan niet gecoördineerd voorbereid als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening en hebben de ontwerpen niet samen ter inzage gelegen. Uit de zienswijze van 27 november 2017 is niet op te maken dat deze ook ziet op het Projectplan. Ter zitting heeft [eiseres] bovendien erkend dat deze zienswijze niet over het Projectplan gaat. Dat AGV op 27 juni 2018 wel een reactie [2] heeft gegeven op de zienswijze, maakt dit niet anders. Evenmin is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan geoordeeld moet worden dat [eiseres] redelijkerwijs niet is te verwijten dat zij over het ontwerp Projectplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht.
3. Gelet op het bepaalde in artikel 6:13 van Pro de Awb, verklaart de rechtbank daarom het beroep niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzitter, en mr. J.H.M. van de Ven en
mr. A.C. Loman, leden,in aanwezigheid van mr. C. Pasteuning, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2019.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Stuk B. van de door AGV overgelegde stukken.
2.Stuk E. van de door AGV overgelegde stukken.