Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
VII K 411/14van 23 september 2014 waarbij de opgeëiste persoon door de Regionale Rechtbank te Płock is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van
VII K 246/14van 24 juni 2015 waarbij de opgeëiste persoon door de Regionale Rechtbank te Płock is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden. De opgeëiste persoon is in persoon verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid.
VII K 918/14van 9 maart 2016 waarin de opgeëiste persoon door de Regionale Rechtbank te Płock is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar. De opgeëiste persoon is niet in persoon verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Deze straf is bij besluit van de Regionale rechtbank te Płock op 23 mei 2017 omgezet in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar. Hiervan resteren nog 11 maanden en 29 dagen resteren.
4.Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de Arrondissementsrechtbank te Płock (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, voor de feiten van vonnis VII K 246/14 waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.