Op 21 december 2018 heeft verdachte te Amsterdam een envelop met ongeveer 3790 euro van het slachtoffer met geweld weggenomen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte het slachtoffer van achteren benaderde, de envelop uit diens handen griste en hem een harde duw gaf, waarna hij vluchtte. Verdachte werd kort daarna aangehouden met de buit in zijn jaszak.
Daarnaast was verdachte in het bezit van een vervalste Italiaanse identiteitskaart waarop hij zijn eigen pasfoto had geplakt, hetgeen hij zelf heeft verklaard. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist dat het document vals was.
De rechtbank oordeelde dat het geweld beperkt was, maar gezien de ernst van het delict, de recidive van verdachte en het bezit van het vervalste identiteitsbewijs, een gevangenisstraf van 6 maanden passend is, zonder voorwaardelijk deel. Het vervalste identiteitsbewijs is onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat de camerabeelden onvoldoende waren en vond de verklaring van het slachtoffer en de beelden overtuigend. Verdachte is strafbaar en er is geen rechtvaardigingsgrond aanwezig.
De straf is lager dan de eis van 10 maanden omdat de rechtbank het geweld kwalificeerde als tasjesroof in plaats van straatroof. De tijd in voorlopige hechtenis wordt verrekend met de opgelegde straf.