Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Ter zitting waren, voor zover van belang, aanwezig:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering tot opheffing van conservatoir beslag gelegd door een investeringsvehikel tegen een groep ondernemingen behorend tot een Turkse familieonderneming. De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van artikel 4 van Pro de Rome II Verordening Turks recht van toepassing is op de vorderingen.
De primaire grondslag van de beslaglegging is groepsaansprakelijkheid op basis van artikel 6:166 BW Pro, welke volgens een deskundigenopinie niet bestaat onder Turks recht. Daarom wordt het beslag opgeheven voor zover het is gelegd op de dochtervennootschappen die geen partij zijn bij de onderliggende overeenkomst.
Voor het beslag ten laste van de moedermaatschappij, waarop ook een vordering uit onrechtmatige daad op grond van artikel 6:162 BW Pro is gebaseerd, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vordering ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter weegt de belangen en concludeert dat dit beslag gehandhaafd blijft.
De vordering tot afgifte van documenten op grond van artikel 843a Rv wordt afgewezen omdat ook daarop Turks recht van toepassing is en onvoldoende aannemelijk is dat deze toewijsbaar is. De subsidiaire vorderingen tot betaling van een voorschot en zekerheid worden eveneens afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd in conventie en toegewezen aan de eiseressen in reconventie.
Uitkomst: Beslag op dochtervennootschappen wordt opgeheven, beslag op moedermaatschappij blijft gehandhaafd.