Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek]
de besloten vennootschap Oger Fashion B.V.
VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Beoordeling
Transitievergoeding en billijke vergoeding
[partijnaam])). Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Uitgaande van het voorgaande zal de kantonrechter de billijke vergoeding vaststellen op een bedrag van, afgerond, € 50.000 bruto. Daarbij neemt de kantonrechter onder andere in aanmerking dat Oger in hoge mate ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] tot tweemaal toe ten onrechte op staande voet te ontslaan. Het verwijtbaar handelen van Oger heeft voorts in enige mate geleid tot immateriële schade bij [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] . Voldoende is komen vast te staan dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] in zijn eer en goede naam is aangetast door zijn plotselinge vertrek bij Oger. Daarbij is van belang dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] werkzaam is in een nichemarkt waarvan algemeen bekend is dat de (meeste) verkopers elkaar kennen. Zijn vertrek zal dan ook niet onopgemerkt zijn gebleven. Voor [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] verkleint dit mogelijkerwijs de perspectieven op de arbeidsmarkt. Anderzijds weegt de kantonrechter mee dat in de onderhavige procedure naar voren is gekomen dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] binnen Oger een aantal vrijheden had, en in vergelijking met de andere verkopers, er een eigen, niet voor Oger controleerbare, werkwijze op nahield. Gelet hierop acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen – mede gezien het relatief korte dienstverband van thans ruim 4,5 jaar – nog lang zou hebben voortgeduurd, als Oger niet zo zou hebben gehandeld. De kantonrechter acht het in de gegeven omstandigheden aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst wellicht nog zes tot acht maanden, inclusief opzegtermijn, zou hebben voortgeduurd. Voor de berekening van de inkomensschade wordt voorts acht geslagen op het feit dat [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] sinds de datum van het ontslag op staande voet wel loon ontvangt, maar niet werkt. Ook het feit dat een transitievergoeding is toegekend is in de beoordeling betrokken.