Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het ten laste gelegde
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 14 maart 2019;
- het proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2018252365-1 van 12 december 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pag. 1-4, inhoudende de verklaring van [aangeefster] .
5.Bewezenverklaring
- met kracht de voordeur van de woning van voornoemde [aangeefster] open hebben geduwd en
- met kracht voornoemde [aangeefster] hebben geduwd, waardoor zij ten val is gekomen en
- op voornoemde [aangeefster] zijn gaan zitten en
- een hand op de mond van voornoemde [aangeefster] hebben gehouden.
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
first offenders.
d.d. 14 februari 2019 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender. Dat weegt enerzijds in zijn voordeel mee, anderzijds heeft verdachte zich kennelijk vanuit het niets schuldig gemaakt aan een zeer ernstig strafbaar feit, te weten een woningoverval op een hoogbejaarde vrouw. Dat verdachte, noch de deskundigen, kunnen verklaren dat en waarom verdachte zich vanuit het niets aan een zo ernstig feit heeft schuldig gemaakt, maakt de inschatting van het recidiverisico lastig en baart de rechtbank zorgen voor de toekomst.
Betrokkene, ten tijde van het tenlastegelegde feit 16 jaar, bekent dat hij deelnam aan de poging tot beroving van een 93-jarige vrouw in haar woning. Bij het beargumenteren van een mogelijke relatie tussen de persoonlijkheidsontwikkeling van betrokkene en het ten laste gelegde is het lastig dat betrokkene zich zo weinig uitlaat over de omstandigheden waarin hij tot het ten laste gelegde kwam en over de rol van de medeverdachte daarin. Betrokkene neemt de verantwoordelijkheid voor zijn handelen op
[verdachte] is een bekennende verdachte en geeft als motief dat hij geld wilde hebben voor merkkleding of een dure telefoon. [verdachte] is niet eerder met justitie in aanraking gekomen. De Raad conformeert zich aan het advies van het NIFP. Binnen het kader van de maatregel toezicht en begeleiding kan de begeleiding van het Forensisch Jeugdteam van Arkin ingezet worden. Daarbij is er toezicht op dat de schoolgang van [verdachte] positief wordt gecontinueerd, hij leert omgaan met zijn emoties, hij leert om verantwoordelijkheid te nemen en werkt aan zijn lichamelijke gezondheid. Het is opvallend dat [verdachte] , ondanks de vele beschermende factoren, toch in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een ernstig delict. Gezien de ernst van het feit adviseert de Raad daarnaast een deels voorwaardelijke jeugddetentie, om [verdachte] zo te motiveren niet opnieuw in aanraking te komen met de politie. Wel is het wenselijk als het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, zodat [verdachte] niet opnieuw gedetineerd raakt. [verdachte] geeft aan er alles aan te willen doen om niet opnieuw gedetineerd te raken. De Raad adviseert [verdachte] een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen onder de bijzondere voorwaarden dat hij onderwijs volgt volgens het lesrooster, meewerkt aan hulpverlening en behandeling, zoals het Forensisch Jeugdteam van Arkin en IFA, zich houdt aan het huidige weekschema voor de duur van drie maanden, zich houdt aan het contactverbod en locatieverbod voor de duur van drie maanden. Ter zitting heeft de Raad gepersisteerd bij het voornoemde advies, met dien verstande dat het contactverbod met de aangeefster gedurende de gehele proeftijd zou moeten gelden.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentie van 6 (zes) maanden.
4 (vier) maanden, van deze jeugddetentienietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenonder de
algemene voorwaarde
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
- zonder ongeoorloofd verzuim naar school en stage gaat volgens het geldende rooster;
- meewerkt aan hulpverlening en behandeling, zoals het Forensisch Jeugdteam van Arkin en IFA, of daarmee te vergelijken instellingen, zulks ter beoordeling van JBRA;
- zich houdt aan het weekschema zoals vastgesteld door JBRA voor de duur van drie maanden;
- zich tot 28 juni 2019 zal houden aan een avondklok die inhoudt dat hij dagelijks van 17.00 tot 7.00 uur in de ouderlijke woning zal verblijven, met uitzondering van dinsdag en woensdag, waarop de avondklok geldt van 19.00 tot 7.00 uur. De avondklok kan door JBRA worden gewijzigd in verband met bijvoorbeeld een bijbaan;
- zich gedurende de proeftijd van twee jaren onthoudt van iedere van vorm van contact met het slachtoffer [aangeefster] , geboren [geboortedag aangeefster] 1925 en zich gedurende de proeftijd niet zal ophouden in de nabijheid van haar woning, [adres] (conform de bij de beschikking tot schorsing van de voorlopige hechtenis gevoegde kaart).
werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren. Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.