Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[BRP-adres] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde vervaardigen, bezitten, verwerven en verspreiden van kinderpornografische films en afbeeldingen bewezen zijn, gelet op de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte en de door de zedenpolitie opgemaakte processen-verbaal.
De rechtbank vindt eveneens bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezitten, verwerven en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Daarvoor zijn het aantal afbeeldingen/films (mede omvattende de niet ten laste gelegde afbeeldingen), het gegeven dat verdachte zelf materiaal via chatgesprekken uitwisselde en de duur van de periode waarin dit plaats had redengevend. Tot slot zal de rechtbank ten aanzien van het vervaardingen van kinderpornografisch materiaal niet de gehele tenlastegelegde periode bewezen verklaren, maar enkel bewezen achten dat verdachte op 18 juli 2016 kinderpornografisch materiaal heeft gemaakt.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
Geen maatregel Tbs onder voorwaardenVerdachte is uitvoerig door deskundigen, psychologen en psychiaters onderzocht. Uit de Pro Justitia rapportages die in 2018 over verdachte zijn opgemaakt blijkt dat hij voldoet aan de diagnostische criteria voor een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens in de zin van een ongespecificeerde parafilie stoornis, al dan niet gekenmerkt door de criteria voor de pedofiele stoornis. Daarnaast is bij verdachte sprake van een persoonlijkheidsstoornis met theatrale en narcistische trekken. Ondanks dat op basis van deze rapportages de maatregel van Tbs met voorwaarden opgelegd zou kunnen worden, is de rechtbank van oordeel dat die maatregel op dit moment van weinig toegevoegde waarde is.
9.Beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partij
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
gevangenisstrafvan
24 (vierentwintig) maanden.
12 (twaalf) maanden, van deze gevangenisstraf
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 3 (drie) jarenvast.