ECLI:NL:RBAMS:2019:10323
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorzittersbeslissing over spreekrecht slachtoffers en benadeelden in strafzaak
In deze strafzaak tegen drie verdachten heeft de voorzitter van de rechtbank Amsterdam een beslissing genomen over het spreekrecht van slachtoffers en benadeelden. Advocaten van slachtoffers verzochten om het spreekrecht uit te oefenen over de gevolgen van het feit, het bewijs, de juridische duiding en de strafmaat, zowel in één als in twee termijnen.
De voorzitter overweegt dat het spreekrecht van slachtoffers en benadeelden wettelijk geregeld is voor het toelichten van vorderingen na het requisitoir, maar dat het moment van spreken over bewijs en strafmaat niet wettelijk is vastgelegd en daarom aan de voorzitter wordt overgelaten. Uit praktische overwegingen vindt het spreekrecht meestal voor het requisitoir plaats, zodat alle partijen hiervan kennis kunnen nemen.
De voorzitter stelt een volgorde vast voor de zitting, waarbij slachtoffers na bespreking van feiten en persoonlijke omstandigheden het woord krijgen over de gevolgen en vorderingen, gevolgd door het requisitoir, pleidooien en daarna het spreekrecht van slachtoffers over bewijs en strafmaat. Een tweede termijn voor het spreekrecht wordt niet toegekend, omdat dit niet past binnen de wettelijke regeling en positie van slachtoffers in het strafproces.
De behandeling van de zaak zal plaatsvinden op 18 en 21 januari 2019, waarbij wordt gestreefd om op 18 januari tot en met de pleidooien te komen.
Uitkomst: De voorzitter bepaalt de volgorde en momenten van het spreekrecht voor slachtoffers en benadeelden tijdens de strafzitting.