ECLI:NL:RBAMS:2019:10215
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap van aanwezigheid cocaïne in woning
Op 7 september 2013 werd in de woning van verdachte ongeveer 84,59 gram cocaïne aangetroffen, verpakt in plastic en papier, verspreid over verschillende plekken waaronder de slaapkamer. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van deze drugs samen met een medeverdachte.
De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen, stellende dat verdachte als hoofdbewoner wetenschap moest hebben van de drugs. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de drugs en verwees naar jurisprudentie dat een hoofdbewoner niet automatisch wetenschap heeft van alle aanwezige zaken in de woning.
De rechtbank oordeelde dat niet is komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne. De drugs waren niet open en bloot aanwezig, maar verpakt en verstopt. Er waren ook andere bewoners met toegang tot de woning. De verklaringen van medeverdachte en het overgelegde WhatsApp-gesprek werden niet geloofd. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne in zijn woning.