ECLI:NL:RBAMS:2019:10096

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 november 2019
Publicatiedatum
14 februari 2020
Zaaknummer
C/13/664085 / FA RK 19-1909
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 8 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie meerderjarig kind wegens bijzondere omstandigheden en emotioneel belang

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot adoptie van een meerderjarig kind door de stiefouder. Hoewel de wet vereist dat het kind minderjarig is op het moment van het verzoek, stelde de verzoeker dat er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.

De feiten tonen aan dat de verzoeker en het kind sinds de geboorte in gezinsverband samenleven, waarbij de verzoeker altijd als vader werd beschouwd. De biologische vader heeft nooit een ouderrol vervuld. Pas drie jaar geleden kwam het kind te weten dat de verzoeker niet zijn biologische vader is.

De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de mogelijkheid tot adoptie een ongeoorloofde inmenging in het gezins- en familieleven vormt, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Het emotionele belang en de identiteitsontwikkeling van het kind rechtvaardigen daarom dat de adoptie wordt toegestaan, ondanks de meerderjarigheid.

De adoptie wordt toegewezen, met de verplichting tot latere vermelding in de burgerlijke stand. Elke partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot adoptie van het meerderjarig kind toe wegens bijzondere omstandigheden en emotioneel belang.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/664085 / FA RK 19-1909 (LH TJ)
Beschikking van 13 november 2019 betreffende adoptie
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen verzoeker,
advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1.[belanghebbende 1] ,wonende te [woonplaats] ,hierna te noemen [belanghebbende 1] ,

2.[belanghebbende 2] ,

Wonende te [woonplaats] ,
Hierna te noemen de moeder,

3.[belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het op 25 maart 2019 ingekomen verzoek, met bijlagen.
1.2.
De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren van 17 oktober 2019. Verschenen zijn:
  • verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [belanghebbende 1] in persoon;
  • de moeder in persoon.
1.3.
De man heeft de rechtbank voorafgaand aan de mondelinge behandeling bericht niet aanwezig te zullen zijn en dat hij instemt met het verzoek.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de man zijn met elkaar gehuwd geweest. Binnen dit huwelijk is geboren:
[belanghebbende 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
2.2.
Op 27 december 1995 zijn verzoeker en de moeder met elkaar gehuwd.
2.3.
Bij Koninklijk Besluit van 2 mei 1995 is de geslachtsnaam van [belanghebbende 1] gewijzigd in
[naamswijziging].
2.4.
Verzoeker, de moeder en [belanghebbende 1] wonen in gezinsverband samen.
2.5.
Betrokkenen hebben allen de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Verzocht wordt de adoptie uit te spreken door verzoeker van [belanghebbende 1] , kosten rechtens.

4.De beoordeling

4.1.
Aangezien verzoeker en [belanghebbende 1] hun gewone verblijfplaats in [woonplaats] hebben, is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van het verzoek.
4.2.
Het betreft hier een Nederlandse stiefouderadoptie. Derhalve is het bepaalde in de artikelen 1:227, lid 2 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing.
4.3.
Ingevolge artikel 1:228, lid 1 sub a BW is een voorwaarde voor adoptie onder meer dat het kind op de dag van het verzoek minderjarig was. Vast staat dat [belanghebbende 1] ten tijde van indiening van het inleidend verzoekschrift op 25 maart 2019 (ruimschoots) meerderjarig was, zodat niet is voldaan aan voornoemde voorwaarde.
4.4.
Verzoeker heeft in dit geval gesteld dat sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de adoptie, ondanks de meerderjarigheid van [belanghebbende 1] , wordt uitgesproken.
4.5.
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of het ontbreken van de mogelijkheid tot adoptie in dit geval een ongeoorloofde inmenging in het gezins- of familieleven van verzoeker en [belanghebbende 1] betreft als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en dat dit ertoe dient te leiden dat aan de voorwaarde van artikel 1:228 lid 1 sub a BW Pro voorbij dient te worden gegaan.
4.6.
De rechtbank overweegt als volgt. Verzoeker heeft vanaf de geboorte van [belanghebbende 1] in gezinsverband met hem en de moeder samengeleefd. Op circa vijfjarige leeftijd is de geslachtsnaam van [belanghebbende 1] gewijzigd in de naam van verzoeker. Verzoeker heeft gesteld dat hij in het verleden de band tussen [belanghebbende 1] en zijn biologische vader niet heeft willen verbreken door een verzoek tot adoptie in te dienen. Hij wilde hiermee wachten totdat [belanghebbende 1] zelf de gevolgen daarvan kon overzien. Door omstandigheden heeft [belanghebbende 1] pas drie jaar geleden vernomen dat verzoeker niet zijn biologische en juridische vader is. De man heeft nimmer een ouderrol op zich genomen. [belanghebbende 1] heeft verzoeker dan ook altijd als zijn vader beschouwd.
4.7.
Naar het oordeel van de rechtbank is het voor zowel verzoeker als [belanghebbende 1] en zijn moeder emotioneel van groot belang dat tussen verzoeker en [belanghebbende 1] alsnog een familierechtelijke betrekking tot stand komt, zodat de tussen hen bestaande band ook juridisch wordt bevestigd. Dit zal bijdragen aan de identiteitsontwikkeling van [belanghebbende 1] , omdat hij bijna zijn gehele leven het beeld heeft gehad dat verzoeker zijn vader was en dit beeld na adoptie weer overeenkomt met de werkelijkheid. Ook zal [belanghebbende 1] zich door de adoptie een volwaardig lid van het gezin met verzoeker, zijn moeder en zijn (half)broer [betrokkene] voelen.
4.8.
Gelet op bovenstaande omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van de mogelijkheid tot adoptie in dit geval een ongeoorloofde inmenging in het gezins- en familieleven van verzoeker en [belanghebbende 1] betreft. Dit brengt mee dat de rechtbank het verzoek tot adoptie door verzoeker van [belanghebbende 1] zal toewijzen, zodat als na te melden wordt beslist.

5.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt uit de adoptie door [verzoeker] van:
[belanghebbende 1] ,
geboren te Amstelveen op [geboortedatum] 1990;
- gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akten toe te voegen;
- bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van der Heijden, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van T. Jelierse, griffier, op 13 november 2019. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).