Uitspraak
1.Het verdere procesverloop
2.De feiten
3.De nadere standpunten
4.De verdere beoordeling
5.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp en tijdelijke voogdij over twee minderjarigen, die sinds augustus 2019 in een gesloten inrichting verblijven. De minderjarigen vertonen ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, maar het verblijf in geslotenheid heeft een zeer negatief effect op hun welzijn en ontwikkeling. De kinderen spreken de taal niet, krijgen geen onderwijs, en hebben geen dagbesteding of verlof.
De Raad voor de Kinderbescherming handhaaft zorgen over een mogelijk gezagsvacuüm en mogelijke betrokkenheid bij mensenhandel, hoewel dit niet is vastgesteld. De vader heeft zich gemeld en er is voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in familieband staat tot de kinderen, ondanks het ontbreken van formele bewijsstukken. Zowel de minderjarigen als hun advocaat verzoeken om beëindiging van de gesloten plaatsing en het verblijf bij hun vader in Frankrijk.
De rechtbank oordeelt dat een verdere verlenging van gesloten jeugdhulp niet langer een redelijk doel dient en dat het in het belang van de kinderen is om de voorlopige voogdij van het Leger des Heils op te heffen. De voogd zal de overdracht van zorg aan Franse autoriteiten verzorgen. De verzoeken tot machtiging gesloten jeugdhulp en tijdelijke voogdij worden afgewezen. De beschikking is op 13 december 2019 uitgesproken en op 19 december 2019 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank heft de machtiging gesloten jeugdhulp en voorlopige voogdij op en wijst de overige verzoeken af.