Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de terechtzitting
13 november 2019.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
€ 101.250,- gevonden. De vader van verdachte heeft verklaard dat dit geld van verdachte is. Witwassen van dit geldbedrag kan daarmee worden bewezen (feit 3). Door het in de kluis van zijn vader te leggen heeft verdachte de rechthebbende van dat geld, namelijk hijzelf, verhuld.
€ 101.250,- (feit 3). Verdachte wordt veroordeeld voor het aanwezig hebben van drugs (feit 1), het voorhanden hebben van twee revolvers, twee boksbeugels en munitie (feit 4) en voor voorbereidingshandelingen van hennepteelt (feit 5). De rechtbank legt hieronder per feit uit hoe zij tot dat oordeel is gekomen.
€ 101.250,- gevonden. De vader van verdachte heeft verklaard dat dit geld van verdachte is. Verdachte heeft hierover geen verklaring willen afleggen. De rechtbank is van oordeel dat de enkele verklaring van de vader van verdachte onvoldoende is om te kunnen aannemen dat dit geld van verdachte is. Omdat niet bewezen kan worden dat het geld van verdachte is, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt hierbij nog wel dat zij in het dossier geen aanwijzingen heeft gevonden dat verdachte de feiten met een ander of met anderen heeft gepleegd. Hij zal daarom bij beide feiten van het onderdeel medeplegen worden vrijgesproken.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Het beslag
- Gelet op de vrijspraak van feit 2 dienen de geldbedragen onder de nummers 1 tot en met 10 aan verdachte te worden teruggeven.
- De voorwerpen onder de nummers 11 tot en met 16 dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Zij zijn daarvoor vatbaar, omdat zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
- Het geldbedrag onder nummer 17 dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.
- Ten aanzien van de nummers 18 tot en met 22 dient het strafvorderlijk beslag te worden opgeheven.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
15 (vijftien) maanden.