ECLI:NL:RBAMS:2018:9603
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde met taakstraf onder 40 uur
Een minderjarige veroordeelde, destijds 16 jaar, werd veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur wegens diefstal. De officier van justitie gaf een bevel tot afname van DNA-celmateriaal, waarna de veroordeelde bezwaar maakte tegen deze maatregel. De rechtbank heeft dit bezwaarschrift behandeld en gelet op recente uitspraken van het VN Mensenrechtencomité, waarin werd geoordeeld dat DNA-afname bij minderjarigen disproportioneel is indien de opgelegde taakstraf minder dan 40 uur bedraagt.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke voorwaarden voor DNA-afname formeel waren vervuld, aangezien het misdrijf onder artikel 310 Sr Pro valt en de taakstraf was opgelegd. Echter, gelet op het gewijzigde inzicht van de minister van Veiligheid en Justitie en de jurisprudentie van het VN Mensenrechtencomité, oordeelde de rechtbank dat de maatregel disproportioneel was in deze situatie.
Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het afgenomen celmateriaal onmiddellijk te vernietigen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open, waarmee de uitspraak definitief is.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.