Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Ten aanzien van de benadeelde partij
5.Beslissing
[benadeelde partij]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Rechtbank Amsterdam
Op 12 december 2018 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van diefstal met geweld op 28 oktober 2016 in Amsterdam.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat verdachte vrijgesproken moest worden. De rechtbank oordeelde dat hoewel het dossier een aangifte en een verklaring bevat waarin staat dat een ketting was weggenomen, er onvoldoende overtuigend bewijs is dat het tenlastegelegde feit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De ketting werd niet gevonden bij verdachte, zijn medeverdachte, in de auto of in de directe omgeving. Een getuige zag wel een trekken tussen verdachte en aangever, maar niet dat de ketting werd weggenomen.
Verder was er geen letsel bij de aangever dat duidde op het trekken van een ketting. De bestuurder van de auto verklaarde dat verdachte en medeverdachte met lege handen terugkwamen. Gezien deze feiten was er te veel onduidelijkheid over het feit of de ketting daadwerkelijk werd weggenomen met geweld.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding, maar kon deze nog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs.