De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 november 2018 de vordering tot overlevering van een verdachte met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit aan België, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren. De verdachte wordt verdacht van betrokkenheid bij een laboratorium voor synthetische drugs in Herk-de-Stad, dat op 31 mei 2017 werd aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende concreet was en dat de openstaande taakstraf in Nederland overlevering zou moeten verhinderen. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, aangezien het een duidelijke beschrijving bevat van het strafbare feit, het tijdstip, de plaats en de betrokkenheid van de verdachte. De openstaande taakstraf vormt geen beletsel voor de toelaatbaarheid van de overlevering, hoewel het een belemmering kan zijn voor de feitelijke overlevering.
Verder werd vastgesteld dat het strafbare feit ook onder Nederlands recht strafbaar is, waardoor de garantie dat de verdachte een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland zal ondergaan, geldig is. De rechtbank wees het verweer af en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.