De rechtbank Amsterdam heeft op 6 november 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van twee aanrandingen, gepleegd op 2 augustus 2018 te Amstelveen en 25 september 2018 te Amsterdam. In zaak A greep verdachte met kracht het kruis van het eerste slachtoffer, terwijl hij in zaak B het tweede slachtoffer stevig omhelsde en seksuele bewegingen maakte met zijn heupen terwijl hij tegen haar aan stond.
De rechtbank achtte beide feiten bewezen op basis van verklaringen van de slachtoffers en de verdachte zelf. De verdediging had vrijspraak gevorderd voor zaak A, maar dit werd verworpen. De rechtbank corrigeerde een kennelijke misslag in de locatieaanduiding van zaak A zonder dat verdachte hierdoor in zijn verdediging werd geschaad.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 61 dagen, waarvan 45 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast werd een contactverbod opgelegd ten aanzien van het eerste slachtoffer, vanwege de nabijheid van haar woonadres. De rechtbank kende aan het eerste slachtoffer een immateriële schadevergoeding toe van €500,- met wettelijke rente, en legde een schadevergoedingsmaatregel op die bij niet-betaling kan worden omgezet in vijf dagen hechtenis.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers, waaronder gevoelens van angst en onveiligheid, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld. De opgelegde straf was lager dan de eis van de officier van justitie, mede vanwege vergelijkbare zaken en de omstandigheden van de verdachte.
De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van drie rechters en griffier, waarbij de jongste rechter niet kon medeondertekenen.