Op 28 januari 2018 heeft verdachte zich in een filiaal van Albert Heijn te Amsterdam schuldig gemaakt aan bedreiging en belediging van een supermarktmedewerker. Verdachte bedreigde het slachtoffer in het Arabisch met de woorden dat hij hem zou slachten en maakte daarbij een snijbeweging langs diens keel. Tevens beledigde verdachte het slachtoffer met grove scheldwoorden in het Arabisch.
De rechtbank achtte het wederrechtelijk binnendringen van de winkel niet bewezen, mede omdat verdachte verstandelijk beperkt is en mogelijk verwarring had over het winkelverbod. De bedreiging en belediging werden echter wel bewezen verklaard op basis van getuigenverklaringen en het eigen verhaal van het slachtoffer. Verdachte had eerder soortgelijke veroordelingen, wat meewoog in de strafoplegging.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 24 dagen geëist, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een contact- en locatieverbod van één jaar. De rechtbank volgde dit voorstel en legde deze straf op, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een verstandelijke beperking en psychische problematiek. Het vonnis werd uitgesproken op 11 oktober 2018 door de rechtbank Amsterdam.