ECLI:NL:RBAMS:2018:8786

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 december 2018
Publicatiedatum
10 december 2018
Zaaknummer
13/993072-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SrArt. 57 SrArt. 225 SrArt. 420ter Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak deelname criminele organisatie en veroordeling voor valsheid in geschrift en witwassen door trustkantoor

In deze strafzaak stond een voormalig trustkantoor en haar directeuren terecht wegens het aanbieden van schijnconstructies die fiscale fraude en corruptie faciliteerden. De rechtbank acht bewezen dat het trustkantoor facturen verstuurde en betalingen doorsluizen naar offshore vennootschappen, waarbij op grote schaal overeenkomsten en facturen werden geantedateerd. Hierdoor werd structureel witwassen gepleegd met bedragen van ten minste 40 miljoen euro en 15 miljoen dollar.

Verdachte werd ervan beschuldigd deel uit te maken van een criminele organisatie, maar de rechtbank sprak haar hiervan vrij omdat zij slechts als rechtspersoon werd gebruikt door een groep natuurlijke personen die de feitelijke leiding voerden. Wel werd bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan valsheid in geschrift en witwassen van ruim een half miljoen euro tussen 2006 en 2013.

De rechtbank oordeelde dat de strafbare feiten ernstig waren en gericht op financieel gewin, maar matigde de geldboete tot het in beslag genomen bedrag van €47.645 omdat de rechtspersoon inmiddels was ontbonden en de feiten lang geleden waren gepleegd.

De uitspraak benadrukt het belang van integriteit in de trustsector en veroordeelt het misbruik van schijnconstructies die het vertrouwen in de financiële sector schaden en concurrentievervalsing veroorzaken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie maar veroordeeld tot een geldboete van €47.645 voor valsheid in geschrift en witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/993072-17
Datum uitspraak: 10 december 2018
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte], (hierna: [verdachte] )
gevestigd op het adres [vestigingsadres] , [vestigingsplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 24, 25 en 27 september 2018, 4 oktober 2018 en 10 december 2018 (sluiting).
De rechtbank heeft op die zittingen kennisgenomen van het standpunt en de vordering van de officieren van justitie mrs. H.J. Hart en C.P.W. Kok.

2.De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij zich van 2006 tot en met 2013 schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift en witwassen. Dit zou zij hebben gedaan tezamen met andere natuurlijke- en rechtspersonen, waarmee zij ook een criminele organisatie zou hebben gevormd. De integrale tekst van de tenlastelegging is aan dit vonnis gehecht als bijlage.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie zoals onder feit 1 is ten laste gelegd.
Verdachte maakte deel uit van de handelstak van de [naam handelstak] groep. Deze handelstak stond onder leiding van [medeverdachte 1] , één van de hoofdverdachten in onderzoek Trust EU. In de zaken tegen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft de rechtbank respectievelijk bewezen geacht dat hij leiding heeft gegeven aan- en deel uitmaakte van een criminele organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, bestaande uit hem [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , [naam 1] , [naam 2] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. Om deze misdrijven te plegen heeft de organisatie gebruik gemaakt van verschillende rechtspersonen, waaronder verdachte. Verdachte heeft dus, net als andere rechtspersonen, onderdeel uitgemaakt van een fraudestructuur, maar haar strafbare handelen kan zozeer worden vereenzelvigd met het handelen van de natuurlijke personen van de organisatie, dat er niet zozeer sprake is van een samenwerkingsverband tussen de rechtspersonen en de natuurlijke personen, maar van een groep natuurlijke personen die meerdere rechtspersonen als ‘werktuigen’ hebben gebruikt voor het plegen van fraude.
Verdachte wordt daarom vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie.
4.2.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte
t.a.v. feit 2:
in de periode van 1 september 2006 tot en met 31 mei 2009 te Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk geschriften, te weten:
(NL35-D240) de Broker Agreement tussen Wärtsilä Finland OY (hierna Wärtsilä) en haar, verdachte ("broker"), gedateerd 14 september 2006, en/of
(NL35-D182, FI35-D064) de factuur "invoice 2901" van haar, verdachte, aan Wärtsilä, gedateerd 6 maart 2009,
zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en
dat zij deze geschriften opzettelijk voorhanden heeft gehad, terwijl zij wist dat deze geschriften bestemd waren om als echt en onvervalst te gebruiken,
voornoemde valsheden bestaan hieruit dat in die geschriften valselijk en in strijd met de waarheid is voorgewend en opgenomen dat
  • ad 1.: zij, verdachte, als broker "provides brokerage and thereto related advisory and marketing services for the CPN (Cantiere Navale Pesaro) project of four 9000 cbm ethylene tankers" en/of dat zij als broker "shall generate sales to the Company by seeking customers and their purchase orders for the Company", en
  • ad 2: zij, verdachte, voor Wärtsilä werkzaamheden heeft verricht en gerechtigd is tot een bedrag van EURO 108.450 wegens "Broker commission for Pesaro Project nbs as per our broker agreement dated the 14 of October 2006";
t.a.v. feit 3:
in de periode van 1 september 2006 tot en met 29 september 2013 te Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk (van)
geldbedragen bestaande uit betalingen door "EU-debiteuren" op basis van facturen en/of overeenkomsten, tot een totaal van EURO 551.240,
hebben verworven en voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen, en de werkelijke aard van die geldbedragen hebben verhuld,
terwijl zij wist, dat bovenomschreven geldbedragen afkomstig waren uit valsheid in geschrift en zij van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.De motivering van de straf

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de hen bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 47.645,00. Dit geldbedrag is gelijk aan de hoogte van het beslag. Nu verdachte reeds is ontbonden, achten de officieren van justitie het niet opportuun om een andere straf te vorderen dan ter hoogte van het nog resterende vermogen van verdachte.
7.2.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en witwassen. Zij maakte deel uit van de handelstak van de [naam handelstak] groep, die jarenlang op grote schaal Europese ondernemingen hielp om met behulp van valse facturen en overeenkomsten belastingen te ontduiken.
Nu het hier strafbare feiten betreft die gericht waren op het behalen van financieel gewin, gepleegd door een rechtspersoon, is een geldboete de aangewezen strafmodaliteit. Gelet op het structurele karakter van de gepleegde fraude en de hoogte van de witgewassen bedragen, zou de op te leggen geldboete aanzienlijk zijn.
Daartegenover staat dat de bewezenverklaarde feiten zich lange tijd geleden hebben voorgedaan. De rechtspersoon is inmiddels ontbonden. Conform de eis van de officier van justitie zal de rechtbank om die reden de geldboete matigen tot het inbeslaggenomen geldbedrag van € 47.645,-

8.De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 51, 57, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing in het kort

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Spreekt verdachte vrij van hetgeen haar onder 1 ten laste is gelegd.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:
  • “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”en
  • “opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift, als bedoeld in art. 225 lid 1 van Pro het Wetboek van strafrecht, meermalen gepleegd”.
Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:
- “ “
gewoontewitwassen”.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van
€ 47.645,- (zevenenveertigduizend zeshonderdvijfenveertig euro).
Dit vonnis is gewezen door
mr. A. Eichperger, voorzitter,
mrs. C.P. Bleeker en T.T. Hylkema, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 december 2018.