Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
4.De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
4.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Amsterdam
Op 14 februari 2018 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1993, die werd verdacht van een gewapende overval op 22 juni 2017 te Amsterdam waarbij een geldbedrag van 80.000 euro werd weggenomen. De zaak werd gelijktijdig behandeld met die van drie medeverdachten.
De tenlastelegging betrof het tonen en richten van een vuurwapen op de benadeelden, het gebruik van geweld en bedreiging, en het plegen van diefstal met geweld. Verdachte werd primair verweten dat hij samen met anderen het geldbedrag met geweld had weggenomen. Het Openbaar Ministerie baseerde haar bewijs op aangiftes, camerabeelden, historische telecomgegevens en zendmastlocaties.
De verdediging voerde aan dat de telecomgegevens onvoldoende bewijs vormden, omdat de telefoon van verdachte ook zendmasten elders in Amsterdam had aangestraald en de inhoud van de telefoongesprekken onduidelijk was. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden. De aanwezigheid van verdachte nabij de plaats delict en het contact met een medeverdachte waren onvoldoende om zijn betrokkenheid aan te tonen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet in de zaak van verdachte ingebracht, zodat de rechtbank hierover geen beslissing nam. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de gewapende overval.