ECLI:NL:RBAMS:2018:8381
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs hennepteelt en diefstal elektriciteit
De rechtbank Amsterdam heeft op 26 november 2018 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van hennepteelt op twee locaties en diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij. De ten laste gelegde feiten betroffen het telen van hennepplanten en het illegaal aftappen van elektriciteit.
Tijdens de terechtzittingen op 19 en 20 september en 12 november 2018 heeft de rechtbank de vorderingen van de officier van justitie en de verweren van verdachte en zijn raadsman behandeld. De officier van justitie achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en vorderde een taakstraf met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, met name omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van het telefoonnummer dat in tapgesprekken werd genoemd, en dat observaties onvoldoende concreet waren om betrokkenheid bij de hennepteelt aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan de hennepteelt en de diefstal van elektriciteit. De tapgesprekken waarop de officier van justitie zich baseerde konden niet met zekerheid aan verdachte worden toegeschreven, en de observaties waren te vaag. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.