Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
[persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] als getuigen te horen.
[persoon 5] af, omdat de rechtbank daartoe geen noodzaak aanwezig ziet.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
[slachtoffer 1]vordert € 1.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
€ 250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Voor het resterende deel van de gevorderde schadevergoeding zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.
taakstrafvan
120 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, moet verrichten.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[persoon 5] af.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
26 (zesentwintig) dagen.
14 (veertien) dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
[slachtoffer 1]toe tot
€ 250,-(tweehonderdenvijftig euro) (immateriële schadevergoeding), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 maart 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening.
taakstrafvan
120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.