Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
ingeschreven op het adres [adres] ,
thans verblijvende in het [P.I.] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
Verdachte heeft verklaard dat hij de spullen die bij hem zijn aangetroffen vijftien à twintig minuten voor zijn aanhouding heeft gevonden. Hij heeft deze niet afgegeven, terwijl hij door Amsterdam liep en de spullen naar eigen zeggen in de buurt van het Centraal Station vond, waar genoeg mensen in uniform aanwezig zijn. Dit maakt dat het meer subsidiair ten laste gelegde wel wettig en overtuigend kan worden bewezen, aldus de officier.
4.De bewijsmiddelen
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (vier) maanden.
mrs. M.E. Leijten en L. Dolfing, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,