De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 november 2018 een verzoek tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Parket van de Procureur des Konings te Turnhout. De opgeëiste persoon was niet verschenen bij de eerste zitting vanwege een niet correcte oproeping, waarna de procedure werd geschorst en later voortgezet met correcte oproeping.
De rechtbank stelde vast dat het EAB betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van twee jaar opgelegd door de correctionele rechtbank Turnhout. Hoewel het vonnis onherroepelijk was verklaard in de Justitiële Documentatie, verklaarde de uitvaardigende autoriteit dat het vonnis nog niet onherroepelijk is en dat de opgeëiste persoon recht heeft op een verzetprocedure, waarmee aan de vereisten van artikel 12, sub d, OLW is voldaan.
De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht betreffen illegale handel in verdovende middelen, strafbaar gesteld in België en Nederland. De procureur des Konings heeft een garantie afgegeven dat de opgeëiste persoon, indien onherroepelijk veroordeeld, de straf in Nederland zal ondergaan. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en dat er geen weigeringsgronden zijn die overlevering in de weg staan.
Daarom heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.