Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
opmaar
nabijde voetgangersoversteekplaats liep, in welk geval verdachte artikel 49 lid 2 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet heeft overtreden. De raadsman acht het onwaarschijnlijk dat getuige [naam getuige 1] , gezien zijn positie tijdens het incident en gelet op het korte tijdbestek, het voorval dusdanig gedetailleerd heeft kunnen waarnemen dat hij heeft kunnen zien dat de voetgangster midden op de voetgangersoversteekplaats liep.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
Overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
160 (honderdzestig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
80 (tachtig) dagen.
5 (vijf) jaren.