Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
[eiseres sub 3],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding waarin eisers, familieleden van de overleden zakenman [naam 2], vorderen dat gedaagde de tekst in zijn boek over vermeende creditcardfraude door [naam 2] aanpast. De rechtbank onderzoekt of de uitlatingen onrechtmatig zijn jegens de overledene en daarmee jegens de nabestaanden, op grond van artikel 6:106 BW Pro.
De feiten betreffen een technisch falend controlesysteem bij de Surinaamsche Bank waardoor [naam 2] ruim 4 miljoen USD kon opnemen via zijn creditcardrekening, ondanks een limiet van 5.000 USD. Uit een rapport van BDO blijkt dat [naam 2] bewust gebruik maakte van deze fout en de bank misleidde. De familie betwist dat sprake is van fraude en stelt dat DSB op de hoogte was en de transacties goedkeurde.
De rechtbank oordeelt dat de uitlatingen in het boek voldoende feitelijke steun hebben en niet onnodig grievend zijn. De publicatie raakt aan het algemeen belang en vrijheid van meningsuiting weegt zwaar. Omdat de uitlatingen niet onrechtmatig zijn jegens de overledene, is de vordering tot rectificatie en aanpassing van het boek afgewezen.
Eisers worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat de vrijheid van meningsuiting slechts beperkt kan worden als dat wettelijk is voorzien en noodzakelijk is ter bescherming van rechten van anderen, wat hier niet het geval is.
Uitkomst: De vordering tot aanpassing van het boek en rectificatie wordt afgewezen; eisers worden veroordeeld in de proceskosten.