Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst Chinees paspoort, bestaande die valsheid of vervalsing in een vals/vervalst Zuid-Afrikaans visum.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Ten aanzien van de doos met de valse visa heeft verdachte verklaard dat hij door een collega naar het vliegveld is gebracht en dat hij de doos van de collega heeft gekregen met het verzoek deze mee te nemen naar China. Verdachte heeft de doos aangenomen en in zijn handbagage gestopt. Hij heeft gevraagd wat er in de doos zat en tegen hem is gezegd dat het computerpapieren waren. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het om valse visa ging. Daarnaast is er sprake van blanco visa waar nog geen namen, plaatsen van afgifte of anderen noodzakelijk informatie op was ingevuld. De documenten waren daarom slechts bestemd om eventueel in de toekomst als valse visa te dienen. Dat maakt dat er nog geen sprake was van een geschrift dat was bestemd om tot bewijs van enige feit te dienen, aldus de raadsman.
Ook het standpunt van de verdediging dat een ontlastende omstandigheid is dat er bij verdachte geen bewijs van afgifte van bagage is aangetroffen moet worden verworpen. Dat verdachte dat bewijs niet in zijn bezit heeft, betekent immers niet dat hij dat nooit heeft ontvangen, omdat hij dat kan hebben weggegooid.
Verdachte wordt op het moment dat hij zich meldt voor zijn transfervlucht naar Shanghai aangehouden en heeft vervolgens op meerdere momenten een verklaring afgelegd.
Hoewel de rechtbank op basis van het voorgaande en het dossier niet met zekerheid kan vaststellen dat verdachte daadwerkelijk wist dat er neushoornhoorns en daarvan vervaardigde goederen in de doos hebben gezeten, is de rechtbank van oordeel, zoals reeds hiervoor overwogen, dat het niet anders kan zijn dat verdachte de doos heeft ingecheckte en hij daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de inhoud van de doos goederen zou bevatten die verboden waren of voor criminele doeleinden waren bestemd. Daarmee heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op het in de Europese Gemeenschap brengen en – gelet op zijn doorvlucht naar Shanghai – uit de Europese Gemeenschap brengen van de aangetroffen doos met daarin (goederen gemaakt van) neushoornhoorns.
Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat de doos in zijn handbagage zat, maar dat hij niet wist dat het om valse visa ging. De doos zou hij op verzoek van zijn collega [collega] uit Zuid-Afrika hebben meegenomen. Als hij in China zou zijn aangekomen, moest hij een telefoonnummer bellen dat op de doos stond, zodat de doos bij de juiste persoon terecht zou komen. Verdachte was in de veronderstelling dat de doos was gevuld met kopieën van computerpapieren.
Het verweer dat de 450 blanco valse visa van Zuid-Afrika nog niet waren voorzien van persoons- en afgiftegegevens en daarmee nog niet bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, wordt verworpen. Daartoe is redengevend dat vereist is dat het geschrift uit zijn aard tot bewijsstuk bestemd moet zijn, en er in het maatschappelijke verkeer betekenis voor het bewijs van enig feit aan wordt toegekend. Aan deze criteria is voldaan omdat de blanco valse visa die in de handbagage van verdachte zijn aangetroffen door de toekomstige gebruikers eenvoudig met pen konden worden ingevuld en daarmee direct bestemd waren om als echt en onvervalst te gebruiken om en als tijdelijke verblijfstitel voor Zuid-Afrika te fungeren.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
12 (twaalf) maanden.