Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.G.M.C. Peters, naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
Op 8 november 2017 viel de politie een bedrijfspand in Diemen binnen waar verdachte samen met vier anderen aanwezig was. Een verbalisant verklaarde van buitenaf te hebben gezien dat een persoon met kort zwart haar en een donker trainingspak iets uit het raam gooide. Deze persoon werd later door dezelfde verbalisant herkend als verdachte.
Verdachte ontkende de daad en de verdediging voerde aan dat het donker was en er meerdere personen aanwezig waren, waardoor het niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte degene was die iets uit het raam gooide. Ook was de kleding van de andere aanwezigen niet volledig beschreven.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om met voldoende zekerheid vast te stellen dat verdachte de persoon was die de zak met cocaïne uit het raam gooide. Hierdoor werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en verdachte vrijgesproken. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij cocaïne bezat en iets uit het raam gooide.