Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de terechtzitting
S. Sondermeijer, van de vordering van de benadeelde partij, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. B. Roodveldt naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn stiefkleindochter in de periode van 2004 tot 2012. Het slachtoffer had aangifte gedaan en haar verklaringen werden ondersteund door getuigenverklaringen en ander bewijs zoals tekeningen. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring.
De verdediging stelde dat de verklaringen van het slachtoffer inconsistent waren en onvoldoende objectief bewijs bestond. De rechtbank oordeelde dat hoewel het slachtoffer consistente verklaringen had afgelegd, er onvoldoende aanvullend bewijs was om aan het wettelijke bewijsminimum te voldoen. Getuigen hadden alleen gehoord wat het slachtoffer had verteld, wat niet als zelfstandig bewijs geldt.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed en sprak verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens de vrijspraak. Het vonnis werd uitgesproken op 11 september 2018 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van seksueel misbruik.