ECLI:NL:RBAMS:2018:7523

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 september 2018
Publicatiedatum
22 oktober 2018
Zaaknummer
13/751445-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 300 SrArt. 312 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLW
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor medeplegen mishandeling en diefstal met geweld

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 september 2018 een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbanken in Gliwice, Polen. De verdachte wordt verdacht van medeplegen van mishandeling en diefstal met geweld, feiten waarvoor hij in Polen is veroordeeld tot gevangenisstraffen van in totaal 2 jaar en 14 maanden die nog moeten worden uitgezeten.

Tijdens de procedure is de identiteit van de verdachte vastgesteld en is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is, omdat de verdachte of zijn gemachtigde advocaat aanwezig was bij de strafrechtelijke behandeling in Polen. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat aan de vereisten voor dubbele strafbaarheid is voldaan, aangezien de feiten in Nederland eveneens strafbaar zijn.

Een verzoek tot aanhouding van de procedure door de raadsman van de verdachte werd afgewezen omdat het verzoek te laat was ingediend en onduidelijk was wanneer het zou worden behandeld. De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn, zodat de overlevering wordt toegestaan.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam in aanwezigheid van drie rechters en een griffier, en is onherroepelijk omdat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraffen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751445-18
RK nummer: 18/3803
Datum uitspraak: 6 september 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juni 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 april 2018 door
the Regional Court in Gliwice(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres:
[adres]
thans gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.
Op deze zitting is als raadsman verschenen mr. M.J. Crombach, advocaat te Breda – waarnemend voor mr. R. van ’t Land – en een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft op 26 juli 2018 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Het onderzoek is op 26 juli 2018 voor onbepaalde tijd geschorst in verband met een – voorafgaand aan de zitting ingediend – aanhoudingsverzoek van de nieuwe advocaat van de opgeëiste persoon, mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam.
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 6 september 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van twee strafrechtelijke procedures:
Een vonnis van 27 maart 2015 van
the District Court in Gliwice, met kenmerk: III K 147/14, in hoger beroep gewijzigd bij uitspraak van 18 augustus 2015 van
the Regional Court in Gliwice, met kenmerk: VI Ka 508/15;
Een vonnis van 1 maart 2017 van
the District Court in Gliwice, met kenmerk: III K 515/16, in hoger beroep bevestigd bij uitspraak van 30 juni 2017 van
the Regional Court in Gliwice, met kenmerk: VI Ka 428/17;
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen voor de duur van 8 maanden (opgelegd in procedure I) en 2 jaar en 6 maanden (opgelegd in procedure II), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straffen moeten nog volledig worden uitgezeten.
Deze veroordelingen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
Met de raadsman en de officier van justitie leidt de rechtbank uit het dossier af dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet geldt; de opgeëiste persoon was ofwel zelf aanwezig bij de behandeling ter terechtzitting die tot de veroordeling heeft geleid, ofwel een door de opgeëiste persoon gemachtigd advocaat was aanwezig en heeft ter terechtzitting de verdediging gevoerd.

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
medeplegen van mishandeling
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

5.Verzoek om aanhouding

De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de behandeling omdat de Poolse advocaat van de opgeëiste persoon op 4 september 2018 verzoeken heeft ingediend bij
the District Court in Gliwicetot uitstel van de tenuitvoerlegging van de opgelegde straffen.
De officier van justitie heeft zich tegen het aanhoudingsverzoek verzet.
De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek af omdat de verzoeken tot uitstel van de tenuitvoerlegging veel eerder ingediend hadden kunnen worden, nu het laatste vonnis dateert van 30 juni 2017. Bovendien is niet duidelijk of en wanneer deze verzoeken zullen worden behandeld.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 47, 300 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Gliwiceten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en T.B. Trotman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 september 2018.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.