Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de besloten vennootschap Bouwinvest Dutch Institutional Residential Fund N.V.
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- conclusie van antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
14.3 Het is huurder niet toegestaan:
Huurder en verhuurder komen overeen dat indien huurder tekortschiet in de
e-mail van 7 juni 2018 heeft de gemachtigde van Bouwinvest bericht dat de (nieuwe) sleutels van het gehuurde door [gedaagde] kunnen worden opgehaald op haar kantoor. Vervolgens heeft [gedaagde] de sleutels van het gehuurde ontvangen. Vervolgens hebben partijen gecorrespondeerd over de (staat van) oplevering door [gedaagde] .
Vordering en verweer
1. te verklaren voor recht, dat de huurovereenkomst betreffende de woning met verdere aanhorigheden staande en gelegen [het gehuurde] , buitengerechtelijk is ontbonden per 25 januari 2018, dan wel per deze datum als ontbonden te verklaren;
Beoordeling
‘… die op grond van de Opiumwet strafbaar is gesteld.’ Dat betekent dat ook relatief geringe overtredingen van de Opiumwet (zoals het voorhanden hebben van enkele grammen drugs, een paar pillen of een paar hennepplanten voor eigen gebruik) de verhuurder aanspraak verlenen op een boete van (maximaal) € 30.000,-. Het zal partijen vrij staan om dergelijke geringe overtredingen in de huurovereenkomst wel aan te merken als tekortkomingen. Maar een boete van € 30.000,- op dergelijke tekortkomingen moet als disproportioneel worden aangemerkt, omdat deze in geen enkele verhouding staat tot de mate waarin de belangen van de verhuurder door die tekortkomingen worden geschaad. Nogmaals wordt opgemerkt dat bij deze beoordeling niet van belang is of de verhuurder thans aanspraak maakt op een dergelijke boete voor een dergelijke geringe overtreding, maar of hij – bezien op het moment van aangaan van de overeenkomst – op grond van het beding mogelijk in de toekomst daarop aanspraak kan maken.