ECLI:NL:RBAMS:2018:6800
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters in civiele echtscheidingszaak niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten en misbruik van recht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen twee rechters die betrokken waren bij civiele procedures betreffende echtscheiding en voorlopige voorzieningen. Het verzoek bevatte diverse algemene en feitelijke klachten, maar miste concrete, op de rechters toegespitste feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid konden onderbouwen.
De rechtbank overwoog dat een wrakingsverzoek enkel ontvankelijk is indien het is gebaseerd op specifieke feiten en omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken. Voor één van de rechters was reeds op 23 januari 2018 uitspraak gedaan, waardoor deze geen zaak meer in behandeling had en het verzoek tegen haar niet-ontvankelijk was.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het wrakingsverzoek lichtvaardig en zonder relevante grondslag was ingediend, wat neerkwam op misbruik van recht. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker tegen de betrokken rechter niet in behandeling zullen worden genomen.
De lopende procedures werden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden op het moment van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel openstaand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten en misbruik van recht.