Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
nahet ongeval aanpassingen in de verkeerssituatie heeft aangebracht. Treft dan diegenen die dat niet weten schuld? De verwijtbare nalatigheid van de gemeente levert, zo stelt de raadsman, een strafuitsluitingsgrond op. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat enkel de breedtespiegel niet conform de uitvoeringsvoorschriften was afgesteld, maar dat dat verdachte niet kan worden verweten. Voorts blijkt uit onderzoek dat de afstelling van de breedtespiegel geen enkele invloed heeft gehad op het ongeval. Daarbij heeft de raadsman erop gewezen dat de spiegels van deze vrachtwagen optimaal zijn afgesteld op verdachte, die als enige op deze vrachtwagen rijdt.
voorhem. Een moment van onoplettendheid kan niet gekwalificeerd worden als aanmerkelijke schuld. Dit dient te leiden tot vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde.
Voorts verdient het opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. [1]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.
1 (één) jaar.