ECLI:NL:RBAMS:2018:6648

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 september 2018
Publicatiedatum
18 september 2018
Zaaknummer
13.751158-18
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLWArt. 540-540b Code of Criminal Procedure (Polen)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van ontbreken onvoorwaardelijke garantie bij Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 augustus 2018 een vordering op grond van artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW) betreffende de overlevering van een persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 9 januari 2018. De opgeëiste persoon werd verdacht van het ondergaan van vrijheidsstraffen opgelegd door het District Court Szczecin.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van zes maanden en een vervangende hechtenisstraf van 25 dagen wegens niet-betaling van een geldboete. De rechtbank stelde vast dat het vonnis onherroepelijk was en dat er geen hoger beroep mogelijk was, maar dat er wel een mogelijkheid bestaat om de procedure te heropenen onder bijzondere omstandigheden.

Op grond van artikel 12 sub d OLW Pro mag overlevering alleen plaatsvinden indien de uitvaardigende autoriteit een onvoorwaardelijke garantie verstrekt dat het vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon wordt betekend met informatie over zijn rechten op verzet of hoger beroep. De Poolse autoriteiten hadden deze garantie niet gegeven. Daarom oordeelde de rechtbank dat de overlevering moest worden geweigerd, zonder de inhoudelijke feiten verder te beoordelen.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 6 september 2018 en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering vanwege het ontbreken van een onvoorwaardelijke garantie zoals bedoeld in artikel 12 sub d OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751158-18
RK nummer: 18/1368
Datum uitspraak: 6 september 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 januari 2018 door
the Regional Court in Szczecin(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 augustus 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door mr. L. Da Silva, advocaat te Zoetermeer, die waarneemt voor mr. P.T.F. Langerak, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22 OLW Pro uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van
final and binding judgement of the District Court Szczecin – Centre in Szczecinvan
26 november 2015 met zaaknummer IV K 517/15. Bij beslissing van het
District Court Szczecin – Centre in Szczecinvan 17 februari 2017 (zaaknummer IV Ko 1824/16) is de tenuitvoerlegging van voormelde straf bevolen)
en
a decision of the District Court Szczecin – Centre in Szczecin in the subject of ordering the execution of the substituted penalty of deprivation of freedomvan 10 juni 2016, met zaaknummer IV Ko 579/16.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van respectievelijk
zes maanden
en
25 dagen
door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor vermelde vonnis en de hiervoor vermelde beslissing. De laatste beslissing betreft de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis behorende bij een geldboete, waarbij omrekening heeft plaatsgevonden naar de maatstaf van ’50 day-fine units equal 1 day of substitution penalty imprisonment’. A fine of 50 day-units was imposed on [opgeëiste persoon] and due to his failure to pay, it was changed, into 25 days of a substitution imprisonment penalty.
Het vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12 sub d OLW Pro mag de rechtbank in dit geval de overlevering alleen toestaan indien de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat (i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en (ii) hij wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Bij brief van 26 maart 2018 heeft de Poolse justitiële autoriteit laten weten dat het vonnis onherroepelijk is en er geen mogelijkheid is om in hoger beroep te gaan. Zij merkt nog het volgende op: “The convict can apply to resume the legally binding proceedings if there are special circumstances justifying such a resumption listed in art. 540-540b of the Code of Criminal Procedure.”
De rechtbank concludeert dat de uitvaardigende justitiële autoriteit hiermee geen
onvoorwaardelijkegarantie heeft verstrekt, zoals bedoeld in artikel 12, sub d, OLW. Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verzochte overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 van Pro de OLW.
Gelet hierop, komt de rechtbank niet toe aan het bespreken van de genoegzaamheid van de beschreven feiten.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 12 OLW Pro, dient de overlevering te worden geweigerd.

6.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Szczecin(Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd in de onder 3. genoemde beslissingen.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. A.W.C.M. van Emmerik en A.P. Sno, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.E. van Diepen, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 september 2018.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.