ECLI:NL:RBAMS:2018:567
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking ongegrond verklaring bezwaarschrift tegen dagvaarding wegens poging tot zware mishandeling
Verdachte maakte bezwaar tegen de dagvaarding waarin haar werd ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 12 februari 2017 te geboorteplaats, of elders in Nederland, een persoon met een scherp voorwerp zou hebben gestoken en mishandeld, wat niet tot voltooiing van het misdrijf leidde.
De rechtbank behandelde het bezwaarschrift in raadkamer en nam kennis van de stukken en de schriftelijke reactie van de officier van justitie. De raadsman van verdachte lichtte het bezwaarschrift niet nader toe.
De verdediging stelde dat de dagvaarding lichtvaardig was en dat de verklaring van verdachte lijnrecht tegenover die van de aangever stond, zonder steunbewijs in het dossier. Het Openbaar Ministerie stelde dat het bezwaarschrift ongegrond moest worden verklaard.
De rechtbank overwoog dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat artikel 262 Sv Pro een waarborg biedt tegen lichtvaardige dagvaardingen. Gezien het dossier meer bevat dan alleen de verklaringen van verdachte en aangever, achtte de rechtbank het niet hoogst onaannemelijk dat de strafrechter het ten laste gelegde geheel of gedeeltelijk bewezen zal achten.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt ongegrond verklaard, waardoor de strafzaak kan worden voortgezet.