Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Zitting
2.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
Rechtbank Amsterdam
In de zaak tegen verdachte, geboren in 1996, stond een incident op 21 juli 2015 centraal waarbij verdachte samen met anderen betrokken zou zijn bij een diefstal met geweld en afpersing jegens aangeefster [persoon 1]. De feiten betreffen een confrontatie waarbij verdachte en medeverdachte een auto klemreden, gevolgd door een schermutseling waarbij aangeefster uit de auto werd getrokken en gewond raakte. Haar tas met telefoon verdween en werd later in de woning van medeverdachte gevonden.
De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was van diefstal met geweld, onderbouwd met camerabeelden en getuigenverklaringen. De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor diefstal of afpersing door verdachte.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden. Hoewel verdachte geweld gebruikte, kon niet worden vastgesteld wie de tas heeft weggenomen of dat verdachte medeplichtig was aan diefstal. De camerabeelden waren onvoldoende duidelijk en verklaringen liepen uiteen. Er was ook geen bewijs voor afpersing omdat geen goed was afgegeven.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en legde geen straf of maatregel op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal met geweld en afpersing.