ECLI:NL:RBAMS:2018:5251
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot opschorting executie gevangenisstraf wegens twijfel aan geldige betekening dagvaarding
Verzoeker is in 2013 veroordeeld bij verstek tot een gevangenisstraf van vijf dagen wegens bezit van pepperspray. De dagvaarding werd op 25 oktober 2013 aan verzoeker uitgereikt, die de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Hoewel hem in het Engels de strekking van de dagvaarding is uitgelegd, is geen schriftelijke vertaling verstrekt. Verzoeker stelde hoger beroep in op 27 maart 2018, ruim na de wettelijke termijn.
Het Openbaar Ministerie betoogde dat het hoger beroep te laat is en het vonnis onherroepelijk, omdat verzoeker de dagvaarding persoonlijk heeft ontvangen en de termijn van veertien dagen is verstreken. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 260 Sv Pro, omdat geen schriftelijke vertaling is verstrekt in een taal die verzoeker voldoende machtig is.
Gezien het ontbreken van een schriftelijke vertaling en de twijfel over de geldigheid van de betekening, acht de voorzieningenrechter het belang van verzoeker om duidelijkheid over het hoger beroep zwaarder dan het belang bij onmiddellijke executie. Daarom wordt de executie van de gevangenisstraf opgeschort totdat het gerechtshof onherroepelijk over het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De executie van de gevangenisstraf wordt opgeschort totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.