Veroordeelde is in 2012 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 92 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden betroffen onder meer behandeling voor psychische en verslavingsproblematiek en toezicht door GGZ Reclassering Inforsa.
Na meerdere verlengingen van de proeftijd en een opgelegde ISD-maatregel, is veroordeelde sinds eind 2016 gedetineerd in een andere strafzaak. In december 2017 legde de Rechtbank Den Haag hem een tbs-maatregel met dwangverpleging op, waartegen hij hoger beroep heeft ingesteld.
De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van het resterende deel van de voorwaardelijke straf wegens niet-naleving van de voorwaarden. De verdediging betoogde dat uitvoering van de gevangenisstraf het tbs-traject zou doorkruisen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel veroordeelde de voorwaarden niet heeft nageleefd, gezien zijn verstandelijke beperking, de aard van de zaak en het lopende hoger beroep tegen de tbs-maatregel, het niet opportuun is de tenuitvoerlegging nu toe te wijzen. De vordering werd daarom afgewezen.