Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoekster]
de besloten vennootschap [verweerster]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
primairstrekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerster] ,
subsidiairtot toekenning een billijke vergoeding, de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding en
meer subsidiairtot toekenning van de transitievergoeding, een en ander met nevenverzoeken. Voorts verzoekt [verzoekster] bij wijze van
voorlopige voorzieningex artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor de duur van de procedure te worden toegelaten tot haar werkzaamheden en veroordeling van [verweerster] tot doorbetaling van het loon.
- [verzoekster] aan de hand van een pleitnota - toegelicht.
Feiten
Verzoek
primairom [verweerster] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 7.500,00 netto, de gefixeerde schadevergoeding van € 3.024,00 netto en een transitievergoeding van
€ 3.024,00 netto. Voorts verzoekt [verzoekster] om [verweerster] te veroordelen tot betaling aan haar van € 1.008,00 netto aan vakantiegeld over de periode 1 mei 2017 tot 1 februari 2018, € 203,00 bruto aan vergoeding van niet-genoten vakantiedagen en van
€ 450,00 netto aan te weinig ontvangen salaris over januari 2018, een en ander voorzien van deugdelijke specificaties en laatstgenoemd bedrag vermeerderd met emolumenten en de wettelijke verhoging. Voorts verzoekt [verzoekster] om [verweerster] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging, de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid,
€ 875,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en om [verweerster] te veroordelen in de kosten van het geding.
Subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst wel zou zijn geëindigd door de opzegging van [verweerster] , verzoekt [verzoekster] om toekenning van de hiervoor genoemde transitievergoeding met dezelfde nevenverzoeken.
Verweer
Beoordeling
BESLISSING
- € 1.008,00 netto aan vakantiegeld over mei 2017 tot en met januari 2018;
- € 450,00 netto aan achterstallig loon over januari 2018,
een en ander te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van
25%, en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling;