De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 juni 2018 de vordering tot overlevering van een persoon uit Roemenië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Hasselt, België. Dit EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar betrokkenheid bij een zware diefstal met braak van containers met sigaretten ter waarde van 1,5 tot 2 miljoen euro, gepleegd op 30 januari 2018 in Genk.
De verdediging voerde aan dat de feitsomschrijving in het EAB onvoldoende concreet was om de verdenking te onderbouwen, maar de rechtbank oordeelde dat de omschrijving voldoende duidelijkheid biedt over het feit en de betrokkenheid van de opgeëiste persoon. De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten voorkomen op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven.
De opgeëiste persoon ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen tijdens het verhoor, zodat dit verweer niet tot weigering van overlevering leidt. Vanwege recente stakingen in Belgische gevangenissen en mogelijke detentieomstandigheden, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en te schorsen voor onbepaalde tijd, conform het Handvest van de grondrechten van de EU en het arrest Aranyosi en Căldăraru.
De rechtbank beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon en een tolk in de Roemeense taal voor een nog vast te stellen datum en tijdstip. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.