Uitspraak
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de vader om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen en de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen, nadat de moeder het kind ongeoorloofd in Turkije hield. De moeder was niet verschenen, maar had schriftelijk haar standpunt kenbaar gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de moeder het kind sinds september 2015 zonder toestemming van de vader in Turkije houdt, waardoor de vader niet betrokken kan zijn bij de opvoeding. De Turkse rechter had de moeder het gezag toegekend, maar deze uitspraak was nog niet onherroepelijk. De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van het kind nog steeds Nederland is, waardoor zij bevoegd was op grond van Verordening Brussel II-bis.
De rechtbank vond het in het belang van het kind noodzakelijk het gezag aan de vader toe te wijzen onder de voorwaarde dat de echtscheiding in Turkije onherroepelijk wordt. Tevens werd de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld en vervangende toestemming verleend voor het aanvragen van een paspoort, zodat het kind volgens de contactregeling naar Nederland kan komen.
De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vader kreeg de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen binnen drie maanden.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend onder voorwaarde van onherroepelijke echtscheiding en de hoofdverblijfplaats van het kind wordt bij de vader vastgesteld.