Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De inleiding en de tenlastelegging
3.De waardering van het bewijs
- Modus operandi,
- feitelijk plaatsvinden van transporten,
- betrokkenheid van eenzelfde groep personen.
- gebruik van (dezelfde) transport bedrijven,
- verstopplaats drugs,
- deklading,
- laden en lossen op ongebruikelijke plaatsen,
- communicatie,
- levering verdovende middelen.
- het medeplegen van uitvoer van ongeveer 30 kg marihuana en 39 kg hasj naar Noorwegen rond 27 februari 2012 (ZD01)
- het medeplegen van uitvoer van 9,5 kg heroïne naar Noorwegen op 15 december 2012 (ZD03);
4.De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De motivering van de straf
2 (twee) jaren. Daarvan zal de tijd die verdachte voorafgaand aan de behandeling ter zitting in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht worden afgetrokken.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en overweegt daartoe het volgende.
De rechtbank heeft bij de vraag naar de eventuele consequentie van de overschrijding van de redelijke termijn de thans geldende jurisprudentie van de Hoge Raad, dat bij een langere overschrijding van 12 maanden naar bevind van zaken dient te worden gehandeld, in acht genomen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
feit 2ZD09ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
feit 1ZD03en het onder
feit 2ZD01ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4. is vermeld.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
2 (twee) jaren.