ECLI:NL:RBAMS:2018:4588
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak van (mede)plegen internationale drugstransporten
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het medeplegen van drie internationale drugstransporten en het bezit van hasjiesj tussen 2011 en 2013. De verdenkingen waren gebaseerd op verklaringen van ex-medewerkers, onderschepte telefoongesprekken en internationale rechtshulp. De officier van justitie stelde dat verdachte een centrale rol had als schakel tussen opdrachtgevers en uitvoerders.
De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was voor nauwe samenwerking en actieve betrokkenheid van verdachte bij de transporten. Ook werd aangevoerd dat het ontbreken van een begin van uitvoering en het niet kunnen ondervragen van een belangrijke getuige het bewijs onvoldoende maakten. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast niet was gehaald. De telefoongesprekken gaven slechts aanwijzingen van wetenschap, geen actieve deelname. De verklaring van een cruciale getuige werd uitgesloten vanwege het ontbreken van een eerlijk proces.
Daarmee was het bewijs onvoldoende om verdachte te veroordelen. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 28 juni 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en schending van het recht op een eerlijk proces.