ECLI:NL:RBAMS:2018:4548
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning dönerzaak wegens gevaar voor openbare orde en woonklimaat
De vennootschap onder firma exploiteert sinds 2016 een dönerzaak nabij de Nieuwmarkt. De burgemeester heeft op 7 juni 2018 de exploitatievergunning per direct ingetrokken vanwege slechte bedrijfsvoering, die tevens een gevaar vormt voor het woon- en leefklimaat en de openbare orde. Tevens werd een aanvraag tot wijziging van leidinggevenden afgewezen. De sluiting moest per 22 juni 2018 ingaan.
De burgemeester baseerde zijn besluit op het feit dat wijzigingen in vennoten niet werden gemeld, waardoor geen toets op levensgedrag kon plaatsvinden. Daarnaast waren enkele vennoten minderjarig of hadden zij geen rechtmatig verblijf en mochten zij niet werken in Nederland. Ook werd geconstateerd dat het bedrijf tot oktober 2016 zonder vergunning opereerde.
De vennootschap voerde verweer dat de kwalificatie slechte bedrijfsvoering te abstract is, dat werkzaamheden niet als arbeid moeten worden gezien en dat de betrokkenen rechtmatig verblijf hadden op grond van het Associatiebesluit 1/80. De rechtbank oordeelde echter dat de burgemeester voldoende onderzoek had gedaan, onder meer via de IND, en dat het ontbreken van concrete gegevens van de vennootschap onvoldoende was om het besluit te betwisten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester het ontbreken van geldige verblijfstitels en het niet mogen verrichten van arbeid terecht als een gevaar voor de openbare orde kon aanmerken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het besluit tot intrekking van de vergunning bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning wordt afgewezen en de sluiting van de horecazaak blijft gehandhaafd.