ECLI:NL:RBAMS:2018:4303

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
6814004
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 lid 4 RvArt. 3:277 BWArt. 289 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot afgifte bevelschrift voor executiekosten na verstekvonnis

TMD heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 237 lid 4 Rv Pro om een bevelschrift te verkrijgen voor executiekosten die zijn gemaakt na een verstekvonnis van 8 juli 2016. Deze executiekosten, gespecificeerd op een totaal van €978,32, betreffen onder meer beslagleggingen en explootkosten.

De kantonrechter overweegt dat het bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Rv Pro uitsluitend ziet op nakosten, niet op executiekosten. Omdat de executiekosten zijn gemaakt bij de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis en de proceskostenveroordeling inclusief nakosten in het verstekvonnis in stand is gebleven, heeft TMD reeds een executoriale titel voor deze kosten. Een nieuw bevelschrift kan daarom niet worden afgegeven.

Verder stelt de kantonrechter dat executiekosten volgens artikel 3:277 BW Pro door de in gebreke blijvende partij moeten worden betaald. Nakosten kunnen alleen worden gevorderd als deze nog niet bij de uitspraak waren gemaakt en niet onder executiekosten vallen. Omdat TMD ook voor de nakosten reeds een titel heeft, kan ook daarvoor geen bevelschrift worden verstrekt.

Ten slotte is er geen sprake van nakosten uit hoofde van het vonnis in de verzetprocedure, zodat ook daarvoor geen bevelschrift kan worden afgegeven. Gezien deze overwegingen verklaart de kantonrechter het verzoek van TMD niet ontvankelijk.

Uitkomst: Het verzoek van TMD om een bevelschrift voor executiekosten af te geven wordt niet ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 6814004 EA VERZ 18-293
beschikking van: 20 juni 2018
func.: 34906

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

Club Sportive Diemen B.V. h.o.d.n. Train More Diemen

gevestigd te Diemen
verzoekster
nader te noemen: TMD
gemachtigde: mr. R.J. Oost
t e g e n

[verweerder]

wonende te [woonplaats]
verweerder
nader te noemen: [verweerder]
niet verschenen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 10 april 2018 heeft TMD een verzoek (met producties) als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv Pro. ingediend. [verweerder] is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren. [verweerder] heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

TMD heeft het volgende aangevoerd.
Tussen partijen is op 8 juli 2016 door de kantonrechter in Amsterdam een verstekvonnis uitgesproken. Het dictum van dit vonnis luidt als volgt :
-
veroordeelt de gedaagde partij (= [verweerder] , kantonrechter) aan de eisende partij (= TMD, kantonrechter) te voldoen:
€ 107,90 ter zake van de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
de dag der dagvaarding tot de voldoening;
€ 40,00 ter zake van buitengerechtelijke kosten;
€ 18,82 ter zake van vervallen rente;
-
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, anti de zijde van de
eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 79,38 aan explootkosten, € 30,00
aan salaris gemachtigde en € 117,00 aan griffierecht, één en ander, voor zover van
toepassing, inclusief BTW;
-
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van een bedrag van

€ 15,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en de gedaagde partij niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief BTW;

- verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit verstekvonnis is op 3 augustus 2016 betekend op het adres van [verweerder] .
[verweerder] voldeed niet aan het bevel tot betaling. Vervolgens zijn executiemaatregelen getroffen. Deze zijn als volgt gespecificeerd:
Datum Omschrijving Kosten
03/08/’16 Betekening vonnis € 76,46
30/08/’16 3e beslag (loon) € 115,99
16/09/’16 Overbetekening beslag € 67,46
14/10/’16 Beslagpoging roerende zaken € 52,77
28/10/’16 Beslag roerende zaken (politie) € 170,35
28/10/’16 Overbetekening beslag € 67,46
18/07/’17 3e beslag (loon) € 119,97
21/07/’17 Overbetekening beslag € 69,65
08/09/’17 3e beslag (bank) € 168,56
15/09/’17 Overbetekening beslag € 69,65
In totaal € 978,32
Bij dagvaarding van 13 oktober 2017 heeft [verweerder] een verzetprocedure tegen voormeld verstekvonnis aanhangig gemaakt bij de kantonrechter in Amsterdam.
Bij vonnis van 20 maart 2018 is in het verzet als volgt beslist:
I. verklaart het verzet gegrond en vernietigt het op 8 juli 2016 door de kantonrechter te Amsterdam gewezen vonnis onder rolnummer 5131377 CV EXPL 16-17751, behoudens de daarin uitgesproken proceskostenveroordeling inclusief nakosten, en opnieuw rechtdoende;
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan Club Sportive van:
- € 107,90 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2016
tot aan de voldoening;
- € 18.82 aan rente, berekend tot 20 mei 2016;
- € 30,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;
II. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
III. wijst het meer of anders gevorderde af.

Het verzoek

TMD verzoekt de kantonrechter de gemaakte executiekosten die na de uitspraak zijn ontstaan te begroten op voormeld bedrag van € 978,32 en verzoekt voorts voor deze kosten een voor grosse uitgegeven uitvoerbaar bij voorraad verklaard bevelschrift af te geven. TMD verzoekt verder om [verweerder] op de voet van artikel 289 Rv Pro te veroordelen in de kosten van het verzoek.

De beoordeling

De kantonrechter overweegt dat volgens vaste jurisprudentie uitgangspunt is dat het bevelschrift van art. 237 lid 4 Rv Pro slechts ziet op nakosten en niet op executiekosten.
De kosten waarop het verzochte bevelschrift betrekking heeft zijn gemaakt bij het ten uitvoer leggen van het verstekvonnis van 8 juli 2016. Deze kosten zijn, gezien de omschrijving daarvan in het verzoekschrift te kwalificeren als executiekosten. In de beslissing op het verzet is bepaald dat de proceskostenveroordeling in het verstekvonnis ( inclusief nakosten) in stand blijft. Dat betekent dat TMD een executoriale titel heeft (gehouden) voor het verhaal van de executiekosten en zij niet in haar verzoek om hiervoor een bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Rv Pro af te geven kan worden ontvangen. In geval over de executiekosten een verschil van mening bestaat, dient dit in een executiegeschil te worden beslecht.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter het volgende. De grondslag voor verschuldigdheid van executiekosten is te vinden in art. 3:277 BW Pro. Indien een partij niet voldoet aan een veroordeling in een rechterlijke uitspraak, volgt uit het systeem van de wet dat deze partij ook de kosten van tenuitvoerlegging dient te voldoen, indien deze kosten worden gemaakt. Zo dienen bijvoorbeeld explootkosten in verband met beslaglegging en overige executiekosten betaald te worden door de partij, die in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen.
Ten aanzien van de “echte” nakosten stelt de kantonrechter het volgende voorop. Artikel 237 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in de mogelijkheid om een bevelschrift aan te vragen voor de zogenaamde “nakosten”. Dit zijn kosten, die nog niet waren gemaakt ten tijde van het uitspreken van de beslissing door de rechter, maar die ook niet vallen onder de executiekosten. Een dergelijk bevelschrift kan echter slechts worden aangevraagd door de partij die aantoont die nakosten te hebben gemaakt en in het voordeel van wie in de uitspraak een kostenveroordeling is uitgesproken.
Voor zover TMD verzocht heeft om een bevelschrift voor de “echte” nakosten van het eerste verstekvonnis, kan zij hierin evenmin worden ontvangen, nu zij ook hiervoor in het in stand gebleven gedeelte van het verstekvonnis al een titel heeft. Daarom kan ook op dit punt niet een bevelschrift als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv Pro worden afgegeven.
Voor zover uit het verzoekschrift is op te maken is van nakosten uit hoofde van het vonnis in de verzetprocedure (nog) geen sprake, zodat hiervoor evenmin een bevelschrift kan worden afgegeven.
Gezien deze uitkomst ziet de kantonrechter geen aanleiding voor een kostenveroordeling zoals door TMD verzocht.

BESLISSING

De kantonrechter:
verklaart TMD niet ontvankelijk in het door haar gedane verzoek.
Aldus gegeven door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.