Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
de stichting Woningstichting Eigen Haard
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Vordering en verweer
a. primair: partiële vernietiging van de huurovereenkomst op grond van artikel 6:230 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) door de huurprijs met ingang van 16 juni 2016 te verlagen naar € 700,00 per maand;
b. subsidiair: een huurprijsvermindering op grond van artikel 7:207 BW Pro met ingang van 16 juni 2016 tot een bedrag van € 700,00 per maand;
c. veroordeling van Eigen Haard tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 8.000,00 ter compensatie voor de door haar geleden materiële en immateriële schade;
d. veroordeling van Eigen Haard tot vergoeding van de proceskosten aan [eiseres] .
Beoordeling
daarnaverteld dat zij geen spullen in de schuur kon zetten in verband met de verwijdering van asbest. [eiseres] , zo heeft zij onbetwist ook verklaard, verkeerde vanaf dat moment in de veronderstelling dat het alleen in de schuur zat. Terzijde wordt opgemerkt dat noch in het rapport van mei 2016, noch in het rapport van 23 maart 2017 melding wordt gemaakt van asbest in de schuur bij de woning. Kennelijk bestaat er nog meer rapportage over asbest in en om de woning, die niet kenbaar is aan [eiseres] , noch in deze procedure is overgelegd.
(artikel 6:228 lid 2 BW Pro) heeft [eiseres] onvoldoende aangevoerd. De vordering is op die grond daarom niet toewijsbaar.
€ 8.000,- en subsidiair een in goede justitie vast te stellen compensatie voor de door haar geleden materiële en immateriële schade.